Het belang van Woordenschat

Het belang van woordenschat

Het vergroten van de woordenschat is iets waar kinderen de hele basisschoolperiode mee bezig zijn. Kleuters beginnen in groep 1 en begrijpen (passieve woordenschat) ongeveer 4000 woorden en gebruiken (actieve woordenschat)  zo’n 2000 woorden zelf in hun gesprekken. Eind groep 2 begrijpt je kind al 7000 woorden en gebruikt de kleuter er al 3500 in de spontane spraak. Jaar na jaar komen er woorden bij tot je kind aan het eind van de basisschool zo’n 24.000 woorden begrijpt, waarvan hij er 15.000 actief kan gebruiken.

Waarom is de woordenschat zo belangrijk?
Een ruimte woordenschat is belangrijk voor alle taalvaardigheden. Iemands woordenschat is verbonden aan succes op school, begrijpend lezen en het kunnen leren van teksten. Woordenschat heeft alles te maken met het kunnen spreken, luisteren en lezen. Een goede  woordenschat op jonge leeftijd, speelt ook een belangrijke rol in de (vroege) leesontwikkeling. Kinderen die in groep 3 niet genoeg woorden kennen, hebben het vaak moeilijk met het leren lezen. Uit onderzoek blijkt dat een grote woordenschat op driejarige leeftijd sterk verbonden is met het latere begrijpend lezen. Een van de meest consistente bevindingen die uit woordenschatonderzoek naar voren komt, is dat een beperkte woordenschat bijna altijd leidt tot slechte leerprestaties.

008_logopedie

Hoe vergroot je de woordenschat?
Naarmate een kind ouder wordt, groeit de woordenschat vanzelf mee. Toch is het vergroten van de woordenschat iets waar op scholen veel aandacht aan wordt besteed en waar je ook thuis een belangrijke bijdrage aan kunt leveren.
1. Benoem wat je tegenkomt/gebruikt
Onderweg naar school zijn al veel nieuwe woorden te leren: de stoeprand, het verkeerslicht, het zebrapad. En thuis: het aanrecht, de gootsteen, het vergiet. Kies bewust eens voor het moeilijke woord: de ziekenauto à de ambulance, het raam à het venster, de w.c. à het toilet. Samen koekjes bakken en benoemen wat je nodig hebt en gebruikt bij het koekjes bakken.
2. Lees vaker hetzelfde boek voor
Herhaling en vertrouwdheid zijn twee ingrediënten die zorgen voor de opbouw van de woordenschat van je kind.
3. Kinderwoordenboeken
De woordenboeken zijn leuk om te bekijken en uit voorgelezen te worden en sluiten aan bij de ontwikkeling en belangstelling van kinderen. (‘Mijn eerste Van Dale’ (rond 2 jaar), ‘Mijn tweede Van Dale’ (rond 4 jaar), ‘Mijn derde Van Dale’ (rond 6 jaar).
4. Digitale prentenboeken
Samen prentenboeken kijken op de computer of tablet. (leesmevoor.nl)
5. Woordkaartjes maken en ophangen
Schrijf op een kaartje de woorden die op school aan bod komen en die behoren tot een bepaalde categorie (de lente, boerderijdieren, gebouwen, Sinterklaas, enz.). Schrijf bij de woorden ook altijd de lidwoorden. Plak er plaatjes bij van de woorden of teken er iets leuks bij. Hang ze op een plek waar het kind vaak komt. Bespreek de woorden gedurende een week. Doe er spelletjes mee: ‘waar/niet waar’, bijv. een steel zit bovenaan de bloem, ‘raad het woord’: woord in gedachten nemen en omschrijven, de ander raadt het woord door vragen te stellen. Je mag alleen antwoorden op ja/nee.
6. Lezen en lezen en nog eens lezen
Uit onderzoek blijkt dat kinderen door 15 minuten per dag te lezen zoveel woorden lezen dat ze uiteindelijk 1000 nieuwe woorden per jaar leren.