Week van de Alfabetisering 2016

Week van de Alfabetering 2016 Van 5 tot en met 11 september organiseert Stichting Lezen & Schrijven voor de 12e keer de Week van de Alfabetisering. Aandacht voor laaggeletterdheid is doorlopend van belang, vanwege de grote impact. Eenmaal per jaar extra attentie is een goed initiatief dat wij graag steunen. Logopedie helpt laaggeletterdheid voorkomen https://www.youtube.com/watch?v=zEwRHSf2ZCU Taalproblemen Een belangrijke factor bij laaggeletterdheid is dat taalproblemen niet of te laat worden gesignaleerd. Er zijn verschillende oorzaken voor taalachterstand, waaronder blootstellingsachterstand. Zo’n tekort aan taalaanbod en –stimulering komt veel voor bij kinderen met laaggeletterde ouders. Een achterstand kan echter ook ontstaan door een stoornis in de hersenen; taalontwikkelingsstoornis (TOS). Dit is een veel voorkomende aandoening die vaak te laat of niet wordt herkend en wordt verward met een taalachterstand. Hierdoor ontbreekt de juiste aanpak en ontwikkelen kinderen met TOS leerproblemen op school.  Alle kinderen met een TOS hebben een taalachterstand, maar niet alle kinderen met een taalachterstand hebben een TOS. Voor alle gevallen geldt dat taalproblemen die niet op tijd worden opgemerkt en met de juiste behandeling of voldoende taalaanbod worden ondervangen, gevolgen kunnen hebben voor de geletterdheid van het kind op latere leeftijd. Bij geen of te late signalering van een taalachterstand zal een grote groep kinderen op alle fronten gaan achterlopen. Deze kinderen komen op een lager schoolniveau terecht en hebben later minder kansen op werk. Dit leidt tot maatschappelijke uitsluiting en afhankelijkheid, omdat taalvaardigheid nauw verbonden is met tal van andere vaardigheden. Vroegtijdige signalering Vroegtijdige signalering en, indien nodig behandeling, is van belang. Bij kinderen met alleen een taalachterstand kan door voldoende taalaanbod laaggeletterdheid voorkomen worden. Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis of dyslexie hebben al problemen met geletterdheid. Veel van hen zullen zeer waarschijnlijk later in de groep ‘laaggeletterden’ vallen. Voor die kinderen volstaat extra taalstimulering niet, zij hebben aanvullende hulp nodig. Ook daarom is het van belang dat de expertise van een logopedist wordt ingezet om een ontwikkelingsstoornis te signaleren. Taalpunt voor ouders Laaggeletterde ouders kunnen naar een Taalpunt gaan. Door het hele land zijn Taalpunten gevestigd, vaak in bibliotheken. Deze Taalpunten zijn onderdeel van het programma Taal voor het Leven, een initiatief van de Stichting Lezen & Schrijven. Een mooi initiatief dat ook ingezet kan worden wanneer het vermoeden heerst dat er thuis weinig taalaanbod voor het kind is, is de Voorleesexpres. Vrijwilligers gaan bij de kinderen thuis voorlezen en kunnen zo de ouders er goed bij betrekken. Op die manier wordt het plezier in lezen bij kinderen vergroot en de drempel voor ouders om samen met hun kinderen met taal bezig te zijn verlaagd. Taboe Er rust echter nog een groot taboe op ‘laaggeletterd zijn’. Laaggeletterden zijn gewend hun probleem goed te verbergen en gebruiken regelmatig excuses om onder het lezen en schrijven uit te komen. Wanneer men hier meer open over durft te zijn wordt ‘laaggeletterd zijn’ minder beladen. Zo kan het taboe doorbroken worden.